Dierenmeisje (deel 2)

Ik heb nooit gezien wat er met de konijnen gebeurd is, want op dat moment merkte ik dat er iets gaande was op het strand. De dorpsbode kwam fietsend voorbij, de bel luidend zoals dat al honderd jaar gedaan werd. Om de paar meter  onderbrak hij het luiden van de bel om te roepen naar alle aanwezige oren.

“Naar het strand! Komt allen naar het strand! Hulp nodig op het strand!”

Ik  zag een paar toeristen onzeker om zich heen kijken. Niet wetend of ze iets moesten doen, of dat deze boodschap alleen voor de eilanders bedoelt was. De eilanders  lieten direct hun activiteit achter, glazen bier  stonden onaangeroerd nog op de toog. Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en haastte me ook richting het strand. Een groepje mensen stond om iets heen, een klein vissersbootje misschien? Het enige wat ik kon bedenken was dat een visser een grote vangst had en hulp nodig had met tillen, of misschien was hij vastgelopen en had hij een duwtje nodig richting zee?

Steeds meer mensen kwamen aangesneld en haastten zich over het lange strand richting de waterlijn. De bijeenkomst leverde een bont gezelschap op van mensen in kleurige badkleding, mannen met verbrande schouders, dames met in de zon gebleekte haren wapperend in de wind. Een enkele toerist had zijn koude pilsje meegenomen. Ik baalde even omdat ik mijn eigen wijntje op tafel had achtergelaten. Toeschouwer zijn ging toch altijd het beste met de houvast van een versnapering.

Ik liep over het strand richting het groepje mensen  en zag tot mijn opluchting dat er geen meeuwen te zien waren. Het verhaal over meneer Hinnet zat nog vers in mijn geheugen. Het bleek geen bootje waar de groep naar stond te kijken. Het was een zeehond, en wat voor één! Een reus van een zeehond lag op zijn buik op het zand. Nog nooit had ik gehoord over zulke grote zeehonden, deze had bijna het formaat van een neushoorn! Hij was wel twee meter lang en zo dik als een bankstel.

De omstanders hadden het dier op zijn rug gerold om te kijken waarom het was aangespoeld en nu zo roerloos lag zand te happen. Om het dier om te kunnen draaien hadden ze een touw om zijn middel geslagen  dat nu pijnlijk in zijn pels gegraven zat. Een overdreven luidruchtige Amerikaanse toerist stond naar de zeehond te kijken alsof het diens jachttrofee was en poseerde met duimen omhoog voor een Instagram foto. Daar stond hij met zijn dikke lijf en schreeuwerige T-shirt met het touw in zijn handen, geen seconde denkend aan het levende dier waar dat touw in sneed.

De zeehond lag uitgesmeerd op het strand, ondersteboven, een prachtig reusachtig schepsel. Grote blinkende zwarte ogen, fluweelachtige grijze pels om zijn zachte dikke lijf. Zijn snorharen gingen wijduit staan en ineens blonken scherpe witten tanden terwijl de zeehond zich probeerde los te wringen.

“Achteruit, dames en heren, Achteruit alstublieft!” riep een eilander met een grijze baard. Hij zag er uit als een kruising tussen een kapitein en een strandjutter, maar werd door de omstanders overduidelijk gezien als gezaghebbend persoon. Er is me later eens verteld dat de man Teun heette en dat hij een oude walvisvaarder was. “Verder achteruit! Die tanden zijn scherp, hoor! Straks rukt hij nog een arm van je lijf!”

De Amerikaanse toerist maakte zich met een verontwaardigde air uit de voeten. Aangezien hij zijn foto al binnen had taaide hij met z’n gevolg weer af naar het terras. De overige omstanders kakelden opgewonden bij het zien van zo’n grote zeehond. Telefoons waren druk met het maken van foto’s, filmpjes en livestreams. Vrouwen en meisjes klampten zich vast aan de armen van hun mannen, gilletjes slaken van plezier. De mannen lieten zien hoe stoer ze waren door zo dicht mogelijk bij het boze dier te komen en elkaar af te troeven met weetjes en stoere praat over zeehonden.

“Van zo’n grote pels kunnen we zelfs een jas voor jou maken, Leo”,  riep een man naar zijn forse kameraad.

“Zeehonden vallen wel vaker mensen aan, weet je nog van die zeehond Bob in IJmuiden?”

“Zeehonden eten de hele zee leeg!”

“Hoeveel moet deze dan wel niet eten?”

Zo’n kolos moet wel 20 kilo vis per dag eten! Dit beest lijkt me wel vier keer zo groot als een normale volwassen zeehond”

“Jij denkt dat dit beest wel 1400 kilo weegt?”

“Minstens!”

“Vallen zeehonden echt mensen aan, Leo?”

“Ja, deze al helemaal! Dat is een echte bijter, dat zie je toch?” zei Leo grijnzend. “Hij zal je misschien niet zo gauw aanvallen in de zee, maar in het water staan ze normaal aan de top van hun voedselketen. En dit grote exemplaar ligt gevangen op het strand met een touw om zijn pens, dus die bijt nu naar alles wat er bij hem in de buurt komt.”

“Ik denk dat ik daar ook een beetje bijterig van zou worden,” zeg ik tegen niemand in het bijzonder,” als ik daar in zijn plaats had gelegen.”

Een of andere idioot kwam aanlopen met een lang stuk drijfhout. Hij liep behoedzaam richting de zeehond en begon van een afstandje in de buik van de zeehond te prikken.

“Dat zou ik niet doen als ik jou was,” zei de walvisvaarder. “Je maakt  hem nog kwaaier dan hij al was.”

Toen het drijfhout langs de kop van de zeehond bewoon hapte het dier en beet een stuk van het houd alsof het een staaf boter was.

“Oei!” schreeuwde de idioot. “Ben ik even blij dat dat mijn arm niet was!”

“Laat hem met rust,” zei de walvisvaarder. “Je hebt er niks aan als je hem zo loopt kwaad te maken.”

De Amerikaanse toerist was weer komen aanlopen en ging naast de walvisvaarder staan. “Listen buddy,” begon hij. “I want to buy his fur. I will buy that seal.”Hij draaide zich om naar een van zijn vrienden en zei: “Imagine the coat that fur will make me, no one will have anything like it. How about that, ha!”

“Amazing bro, you should definitely buy that beast!””

“Ik ga hem niet verkopen aan je, I will not sell,” sprak de walvisvaarder.

“Bullshit!” Riep de Amerikaan. “I will simply pay more than any other buyer. Come on, what ammount do your want?”

“Heeft geen zin,” zei de walvisvaarder. “It is already claimed by somebody else.”

“By who?” vroeg de Amerikaan.

“Aan de bedrijfsleider.”

“Which one?”

“De bedrijfsleider van het hotel.”

Rumoer steeg op uit de omstanders. “Hoor je dat?” fluisterde iemand. “Hij heeft hem aan de bedrijfsleider toegezegd! Weet je wat dat betekent? Zeehondenstoof betekent het!”

“Heerlijk! En zeehondenspek! Ooit zeehondenspek gegeten Jaring?”

“Nog nooit Ida, maar ik kan nauwelijks wachten om het te proeven!”

“Zeehondenspek is nog lekkerder dan een tournedos! Vooral als het perfect is klaargemaakt. Het is nóg malser en dan die bijzondere zilte smaak..”

“Listen,”begon de Amerikaan weer. “Your boss can get all the meat. He can have it all, the teeth, the guts, the fat. I just want the fur.”

“And you should get it bro,” begon zijn maat. “You always get what you want.”

Daar stond ik dan, luisterend naar een gesprek van deze mensen hier op hetzelfde eiland als ik. Ze hadden het zonder blikken of blozen over het verkopen, doden, en opeten van dit mooie grote dier. Ze bespraken zijn smaak en de spullen die ze van hem wilden maken. Ik keek naar de zeehond. Zelfs ingesnoerd en op zijn rug liggend zag het dier er prachtig sereen, krachtig en bijzonder uit. Er ging een wijsheid uit van zijn blik waardoor ik begon te denken dat zijn formaat kwam door decennia lang leven in de zee.

Misschien was deze zeehond wel ouder dan wij allemaal. Deze zeehond was vier keer zo groot als normaal, dus misschien ook wel vier keer zo oud? Een honderdjarige zeehond had de walvisvaarder misschien ooit wel eens op zee gezien. Misschien had hij het eerste hotel wel gebouwd zien worden op het eiland, of zag hij de duinen bestormd worden door Duitsers in de Tweede Wereldoorlog. Misschien was hij toen nog wel klein genoeg om zich te verstoppen voor mensen die uit waren op zijn huid en spek.

Nu ligt hij hier, de zeehond. Op de kop en gewikkeld in een ruw henneptouw. Wachtend op de slachting die aanstaande is. Kijkend naar de mensen die zich verheugen op hun stoofpot, speklapjes en bontjassen. Alle tumult van de omstanders had hem kennelijk uit zijn lijdzame staat ontwaakt, want ineens zwaaide hij zijn nek van links naar rechts, zoekend naar iemand om te bijten. Zijn ogen schoten heen en weer op zoek naar het gezicht van de man aan wie hij deze schandalige behandeling te danken had.

“How will we even get him to that hotel of yours?” vroeg de dikke Amerikaan.

“We slepen hem aan dat touw door de duinen.” Antwoorde de walvisvaarder. “Het personeel zal zo wel komen helpen met slepen. Daar hebben we wel minstens tien man voor nodig.”

[ Wordt vervolgd ]

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

You May Also Like
Verder lezen

Winter lockdown

              Daar gaan we weer, denkt Naomi. Deze winter wederom een lockdown. Geen restaurantbezoekjes, geen feestjes, geen avonden…
Verder lezen